Regenboogvlag

Regenboogvlag

Marjan van der Zwaag beschrijft wat die voor haar betekent.

Vol trots wappert een grote regenboogvlag in De Knipe bij de Nij Brongergea Tsjerke.
Groot en kleurrijk. Hij mag gezien worden. Jij mag gezien worden, vertelt ie mij.
Ik voel me trots. Waarom ben ik trots dan? Ik mag toch al lang zijn wie ik ben!?

De afgelopen weken hebben we allemaal de discussies rond “Black lives matter” kunnen volgen. Soms interessant, soms aanstootgevend. Het lijkt alsof iedereen opnieuw een mening moet vormen omtrent het onderwerp racisme. Voor mij soms ook een ver van m’n bed show, ik ben immers niet “gekleurd”, dus heb ik geen “last” van racisme of discriminatie. Toch vond ik een aantal gesprekken en documentaires over dit onderwerp wel herkenbaar. Niet dat ik mezelf wil vergelijken met “gekleurde” mensen die exclusiviteit als dagelijkse realiteit ervaren. Toch voel ik veel overeenkomsten met de sprekers die een helder beeld geven van hoe ze zich voelen of bewegen in de maatschappij.

Dat dit onderwerp gevoelig ligt blijkt uit de vele reacties die mensen op elkaar geven via social media. Heen en weer, over en weer, hard harder hardst. Standpunt innemen, daar gaat het om lijkt et. Ik vind! Dus ik ben!
Ik ben niet zo van “ik vind”. Ik hou ervan om naar verhalen van mensen te luisteren en misschien daarvan te leren.

Wie ben ik? Ik ben een vrouw van 57. Oh ja, sinds mijn 15e uit de kast. Lesbisch en samenwonend met mijn lieve vrouw. Moeder van 2 kinderen. Nee, ben niet eerder getrouwd geweest. Ik heb bewust gekozen voor een anonieme donor. Mijn kinderen zijn kinderen van dezelfde donor, broer en zus dus.
Ik heb altijd kinderen gewild. Dat de weg daar naartoe niet zo vanzelfsprekend was, was voor mij al vroeg duidelijk. Ik zal niet uitweiden over de obstakels die ik op mijn weg ben tegengekomen. Wat ik interessanter vind is wat die obstakels met je doen.

Ontdekken dat je “anders” bent dan anderen. Wat zegt dat over jou en wat zegt dat over jouw omgeving. Anders is pas anders als er een bepaalde norm is. Als er geen norm zou zijn, zou niemand anders zijn. Dan zouden wij allemaal gewoon bijzonder zijn.
Volgens van Dale is de betekenis van “norm”:
gedragsregel die door de leden van een gemeenschap als min of meer vanzelfsprekend wordt beschouwd: naar een vaste norm.
Volgens de Nederlandse Encyclopedie:
Een norm is een manier van doen die volgens algemene opvattingen geldt als normaalTevens is het een concreet vastgestelde waarde die de standaard als referentiepunt geeft. Een norm speelt binnen groepsverbanden een sterke rol, want er wordt een norm gesteld voor het te tonen gedrag of leefstijl.

Tot zover de wetenschappelijke betekenis van het woord “norm”. Er valt veel meer over te zeggen dan alleen deze definities maar ik beperk mij tot deze twee.

Wij hebben dus met elkaar normen (en waarden) bedacht die wij als vanzelfsprekend mogen beschouwen. Sommige normen en waarden zijn vastgelegd in wetten. Ons rechts systeem mogen wij als onafhankelijk beschouwen. Daar waar het recht geen invloed heeft, hebben gemeenschappen en groepen, normen bedacht en soms zelfs vastgelegd. Voor elke groep gelden weer andere normen. Met veel interesse volg ik de serie van Stine Jensen (“dus ik volg”) over groepen en hun uitwerking (positief en negatief) op mensen.

Maar wie zijn “wij”?
Wij kan zoveel zijn. Onze westerse cultuur, ons land, onze provincie, onze gemeente, onze kerkelijke gemeente, onze sportclub, ons gezin………
Daar waar mensen “wij” gebruiken, voelt men zich vaak gesterkt. Wetend dat je kunt rekenen op elkaar. Dat je er niet alleen voor staat. Want als je er alleen voor staat ben je kwetsbaarder en is het leven soms moeilijker. Ondanks de ver doorgevoerde individualisering van de maatschappij is de mens maar wat graag een kuddedier. Men wil zich gesterkt voelen door een groep.
Daar waar mensen bang zijn om alleen te staan, gebruikt men de groep als bescherming van hun kwetsbaarheid. Voor bange mensen zijn de normen van de groep een bescherming tegen……… ja, tegen wat?

In de discussies van de afgelopen tijd werden de woorden “wij” en “zij” veel gebruikt. Verwarrend want, bij wie hoor ik? Bij “wij” of “zij”?
Het is maar net vanuit welk perspectief je ernaar kijkt. Dat hangt kennelijk af van bij welke groep je hoort?

De waarheid ligt zoals altijd in het midden. Waar het werkelijk om gaat zijn de verhalen van de mensen die zich “buitengesloten” voelen. Niet omdat ze anders zijn maar omdat de “norm” hun zich anders doet voelen.

Ik heb me nooit anders gevoeld dan een ander en tóch altijd anders dan anderen.
Dat ik volgens mijn moeder erom moest denken geen aanstoot te geven, door met mijn vriendinnetje hand in hand te lopen. Ze wilde me kennelijk beschermen tegen een intolerante samenleving. Het besef, dat als ik mezelf zou zijn, ik andere mensen pijn zou kunnen doen. Dat is schokkend. Dat een Marokkaan zich bewust is van blikken vol argwaan, vriendelijk glimlacht om zijn omgeving gerust te stellen. Dat is schokkend. Dat een christelijke gemeenschap mijn lesbische relatie accepteert maar toen ik kinderen kreeg, vond dat ik te ver ging. Dat is schokkend.
Dat de norm van een groep je een gevoel van uitsluiting geeft, dat is schokkend.
Ik geloof niet in “wij en zij”. Ik geloof in mensen. Als mensen open staan voor levensverhalen van anderen dan is iedereen inclusief.

Die grote kleurrijke vlag staat voor inclusiviteit. Omarming. Die vlag zegt mij dat niemand buitengesloten wordt in De Knipe, het dorp waar ik mij nooit buitengesloten heb gevoeld. In De Knipe mogen mensen elkaar hun levensverhalen vertellen. Met respect en verwondering naar elkaar. Daar ben ik trots op!

Comments are closed.