CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 75

Handdruk

Het blijft een vreemde lente. Mensen die ik tegen kom blijven op afstand. Op een enkele na, die het vergeet en je de hand wil schudden. Ik doe dan gewoon maar mee, want… Achter dat woordje kun je veel invullen. Soms steek ik mijn hand uit om te kijken wat de ander doet. In een reflex gebeurt dat dan meestal ook, want we zijn het zo gewend als we elkaar begroeten en zeker voor de eerste keer.

Ik had dat bij de dokter, die ik voor het eerst zag. Onlangs was ik nog in de praktijk vanwege een griepje. Dat was eng, in een aparte cabine, die er nog steeds is zag ik. Je kunt immers nooit weten. Deze keer kon ik gewoon naar binnen. De wachtruimte was een soort van ruimtepleintje geworden. Daar weten we hier in De Knipe wel raad mee. Er stond geen tafel meer in het midden, geen stoelen er omheen. Op ruim anderhalve meter van elkaar stond een stoel tegen de wand. Zes stoelen die de ruimte vulden op die manier. De mensen kwamen ook met aangepaste snelheid binnen verbeeldde ik me. Dat had bij onze eigen huisarts niet gekund. Maar ik hoef me niet meer af te vragen hoe het daar dan wel had gemoeten.

Deze nieuwe huisarts zag ik voor het eerst dus, niet die van de cabine zeven weken geleden, die was onherkenbaar ingepakt, om zo vast te kunnen stellen dat het virus wat mij te pakken had niets ‘om de hakken’ had, maar dat uit voorzorg ik toch maar beter…. etc. etc. Het kan zijn, dat het gewoon griep was, want dat bestaat ook nog, maar ik was er toch flink ziek door.

Deze keer riep de dokter mij gewoon binnen in zijn spreekkamer en omdat je elkaar nog niet kent steek je de hand naar elkaar uit om even te ‘fûstkjen’. Nog net op tijd ging dat niet door. Gered door de gong zou je kunnen zeggen, maar dat klopt dan ook weer niet, omdat we het dan over een bokswedstrijd hebben.

Ook bij de apotheek was alles weer zo gewoon mogelijk. Met die griep mocht ik niet eens naar binnen. Nu kon dat gewoon wèl om een pilletje te halen tegen bursitis. Even een beetje kalm aan dus en niet meteen me weer gaan bemoeien met de bloeiende natuur hier. Ik verbaas me daarover. Kurkdroog is het allemaal en tegelijk bloeit het behoorlijk uitbundig. Er kwam wel gisteren een trekker langs met een watertank om het vorig jaar geplante boompje aan de praat te houden. En dat terwijl alle weersystemen op regen staan. Ik maakte even een praatje. Het kwam er op neer dat de man met de slang liever in zijn ‘bleate bealch’ werkte. Regen, daar houden wij niet van, maar nu lijkt iedereen er vrede mee te hebben dat het tijdelijk even regenachtig wordt of is. Maar het zal niet zomaar genoeg zijn, deze keer.

En hoe het verder gaat of moet blijft afwachten. Onder de mensen heerst onrust om meerdere redenen. Mensen willen, zullen, moeten, want de zomer is er en er gebeuren dingen waarover we ons opwinden of zorgen maken. De natuur gaat gewoon haar gang ondertussen.

Fijne tijd toegewenst en die handdruk of gebalde vuist, indien gewenst, daar heb ik iets op gevonden:

De Opper bew_tn

De Opper

Vraag aan zomaar iemand in De Knipe waar De Opper is, je krijgt vrijwel nooit een antwoord. De Opper? Is er in De Knipe een straat die zo heet? Ja, zeg ik dan, hoewel geen straat, maar ik woon er wèl. Trouwens, hoe zeg je dat: aan de Opper, of in de Opper? Beetje lastig.

“Plan de Opper” werd aan het begin van deze eeuw uitgevoerd en bestaat dus al bijna twintig jaar! De bedoeling was een complex woningen/appartementen te realiseren waar senioren uit De Knipe zouden kunnen wonen. Hoefden ze niet naar Heerenveen. Leuk idee. Maar toen alles klaar was kwam er maar één gezin uit De Knipe wonen. De andere bewoners kwamen van elders.

Er zijn zeven wooneenheden. Vijf ervan zitten in een langgerekt gebouw. De overige twee staan er tegenover. Een twee-onder-één-kap gebouw.

Het idee dat de Opper alleen bestemd was voor senioren, verschrompelde al snel. Dat had verschillende oorzaken. De senioren die de twee bovenste appartementen bewoonden hielden het al vrij gauw voor gezien. Om daar te komen moet men naar een toegangsdeur lopen die zich aan het eind van het gebouw bevindt. Daarna ga je langs een trap omhoog om dan terug te lopen via de gang om bij de eigen voordeur te komen. Nee, er is geen lift. Dus je bent er mooi klaar mee als je net je boodschappen hebt gehaald, als senior. Het houdt je in conditie kun je zeggen, maar het is niet wat men wil of kan. Die toegang hoort daar niet.

De bewoners daar verhuisden en er was daarna geen senior meer te vinden die er wilde wonen. Dus kwamen er jongeren en daarmee viel het zo goed bedoelde idee op zijn kont. Erger: het gebeurde niet in overleg met de overige bewoners die destijds hadden moeten aantonen of ze wel senior genoeg waren.

Op de bovenverdieping is trouwens ook nog een zogenaamde gemeenschappelijke ruimte gecreëerd, bedoeld om bijeen te komen, of om als bewoners een feestje te vieren. Het is best wel een leuke ruimte met een heel mooi uitzicht over de landerijen, maar er is geen wc, geen water, geen verwarming, dus wat kun je er dan mee!? En hoe moest die ruimte worden schoon gehouden? Voor senioren, die soms al moeite hebben hun eigen spullen wat op orde te houden, was dat niet meteen een optie, en de jongeren van nu vinden het wel best, dus in feite gebeurt er niks. Tegenwoordig worden er allerlei spullen opgeslagen, een soort rommelzolder is het geworden. Er kan altijd nog wat bij, want rommelzolders raken nooit vol, dat is het geheim van zo’n zolder.

Het is natuurlijk een enorme fout dat Accolade destijds afstapte van de oorspronkelijke opzet van plan de Opper en dat niet deed in overleg met de bewoners. Die werden zonder meer geconfronteerd met een wijziging van de woonbestemming. De voorwaarden zijn nu duidelijk anders dan destijds. Wij wonen in één van de twee onder één kap woningen en dat bevalt op zich prima. Er zijn sinds kort wel enige veranderingen losgepeuterd. Er is aan de leeftijd om er te komen wonen gesleuteld en gemeenschappelijke kostenpost is herzien. Sommige bewoners betaalden voor zaken die op hen niet eigenlijk niet van toepassing waren, na alle veranderingen. Hoe dan ook een seniorencomplex is het al lang niet meer, van dat idee is niets overeind gebleven.

De naam Opper heeft trouwens te maken met de vorm van de zijgevels, die zouden kunnen doen denken aan de vorm van een hooiopper.  Een deskundige, die destijds zijn kritische blik liet gaan over de bouwstijl en ligging van beide gebouwen, beschreef ze later in de krant als een “een glimmende scharnier” tussen de wat hoger gelegen Tramweg en de Houtkampswyk. Maar de oorspronkelijke glans is er wel af.

Betinke, befrijd wurde, gefoelens bew

Betinke, befrijd wurde, gefoelens

Ze waren behoorlijk wreed tekeer gegaan, zei hij. Bij de bevrijding zeker. Toen kwam alle opgekropte woede eruit. Ze hadden de verraders die het met de vijand hielden geschopt en geslagen. Smeerlappen waren het, ze hadden er een aantal vrienden door verloren. Het liefst zou hij sommigen hebben dood geschoten.

En dan de vrouwen die met de vijand hadden geheuld, sommigen hadden zelfs een kind van ze, die kutwijven. Ze hadden ze met teer ingesmeerd en beplakt met kippenveren, de hoofden kaal geschoren, gescholden, getreiterd. Hij had vooraan gestaan, hij moest zijn woede en minachting kwijt. Het had nog lang geduurd eer hij zich echt bevrijd voelde.

Maar toen, later, in de jaren die verstreken, bij het ouder worden, kwamen er vragen die zich alsmaar ophoopten. Wat was er daarna met die mensen gebeurd? Gestraft, ja, maar daarna, en de kinderen van die mensen, hoe ging het daar mee? Je hoorde er nooit iets over, een enkele keer las je wel eens iets. Daar plaatste hij dan vraagtekens bij, soms, vaker, en later steeds meer vraagtekens. Hij kreeg spijt van zijn gedrag van destijds. Hij was zijn zelfbeheersing kwijt toen. En nu, op leeftijd overzag hij zijn leven. Het was als een puzzel waaraan een aantal stukjes ontbraken. Hij had zich er al bij neergelegd ze nooit te zullen vinden.

En toen verscheen er een boek. Hij was lid van de club die het uitgaf en onder haar leden verspreidde. Hij las die boeken zelden. Maar deze keer wel, vanwege de titel misschien over een appel foar ûnderweis. En toen wist hij het, hij moest mij toch even bellen daarover. Een lang gesprek.

En kort daarna belde een mevrouw die dat boek ook las en die haar eigen gevoelens erin had herkend. Wat kwamen die op wonderlijke wijze overeen en tegelijk hoe tegengesteld waren ze aan elkaar. Haar vader, politieagent en in het verzet, was ooit gepakt en gefusilleerd. Zij was nog maar net geboren en bleef achter met haar moeder. Ze had hem nooit gekend, er waren nauwelijks foto’s en het verdriet van haar moeder was haar als kind steeds vaker dwars gaan zitten. Zelf had ze er ook nog steeds moeite mee. Haar vader had meer rekening moeten houden met zijn gezin. Zoals de vader in dat boek dat ook had moeten doen. Dat wilde ze toch wel even kwijt. En weer: een lang gesprek.

We herdenken. 75 jaar geleden al weer. Er verschijnen opnieuw boeken over. Er zijn veel tv programma’s. Herdenken, en bevrijd worden. Om nooit te vergeten. Ik schreef er in 1993 een boek over. In appel foar ûnderweis. Een vriendelijke titel. De inhoud is minder aardig. Een verhaal dat elk jaar rond deze tijd terug komt, zoals bij iedereen die het meemaakte.